SER Akkoord 2021-2025: Een nieuwe kijk op flexibilisering

Op 2 juni 2021 presenteerde de Sociaal Economische Raad (SER) het ontwerpadvies ‘Sociaal-Economisch beleid 2021-2025. Zekerheid voor mensen, een wendbare economie en herstel van de samenleving’. Dit advies behelst een breed pakket aan voorstellen dat voor brede welvaart in Nederland moet zorgen. De SER adviseert het kabinet fors te investeren in de arbeidsmarkt en de publieke sector.

De aanbevelingen worden gedaan op drie terreinen: (1) arbeidsmarkt, inkomensbeleid en gelijke kansen, (2) investeren in brede welvaart, publieke sector en toekomstig verdienvermogen en (3) budgettair beleid. In deze short read bespreken wij de belangrijkste aanbevelingen van de SER op het terrein van de arbeidsmarkt.

Reguleren van tijdelijke contracten en driehoeksrelaties

De SER neemt als uitgangspunt dat structureel werk in principe wordt georganiseerd op basis van arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd. Hoewel flexibele arbeidsrelaties een plaats hebben op de arbeidsmarkt (bijvoorbeeld bij piekmomenten), moeten ze niet worden gebruikt om te concurreren op arbeidsvoorwaarden. De SER doet de volgende aanbevelingen.

Tijdelijke contracten

Er mogen drie tijdelijke contracten worden aangegaan gedurende maximaal drie jaar. De huidige onderbrekingstermijn komt te vervallen. Deze termijn maakt het nu nog mogelijk dat na een onderbreking van minimaal zes maanden werkgever en werknemer opnieuw een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kunnen aangaan omdat een nieuwe keten is gaan lopen. Een uitzondering wordt voorgesteld voor scholieren en studenten (zes maanden) en seizoensarbeid (drie maanden).

Oproepcontracten

Oproepcontracten (inclusief het nulurencontract) worden afgeschaft en vervangen door basiscontracten met ten minste een kwartaalurennorm. Hierdoor is het loon van een werknemer voorspelbaar. In beginsel geldt het gemiddeld aantal uren waarover loon is betaald in een kwartaal als basis voor de opvolgende kwartaalurennorm. Ook hier wordt een uitzondering voorgesteld voor scholieren en studenten. Zij kunnen wel worden gecontracteerd op basis van een oproepcontract, mits de hoofdactiviteit een opleiding of studie is.

Uitzendarbeid

Ook worden aanbevelingen gedaan om uitzendarbeid te verbeteren. De SER verwijst naar hiervoor naar het advies van de commissie-Roemer over misstanden op de uitzendmarkt. Uitzendbureaus en andere partijen die bemiddelen in arbeid zouden verplicht gecertificeerd moeten worden. Daarnaast moet de duur van fase A (het uitzendbeding, het onbeperkt gebruik van tijdelijke contracten en uitsluiting van de loondoorbetalingsplicht) wettelijk worden vastgesteld op 52 gewerkte weken bij een uitzendwerkgever. Vooralsnog is dat in de uitzend-cao vastgesteld op 78 gewerkte weken.

De SER vindt dat uitzendwerk niet moet worden gebruikt om arbeidskosten te verlagen of arbeidsrechtelijke risico’s te vermijden. Om die reden moeten uitzendkrachten tenminste gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden krijgen als die gelden bij de inlener voor gelijkwaardige functies. Hiervoor dient de Wet Allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) te worden aangepast. Tot slot moet er een afzonderlijk pensioenarrangement komen voor uitzendkrachten en moet het pensioen in de uitzendsector toegroeien naar een marktconform niveau.

Contracting

Volgens de SER is contracting ongewenst wanneer het wordt gebruikt om de regels rond uitzending te ontlopen en de cao te ontduiken. Het is echter lastig om een onderscheid te maken tussen eigenlijke en oneigenlijke vormen van contracting. Om die reden worden ongewenste vormen van contracting geadresseerd in een Code verantwoord arbeidsmarktgedrag.

Code verantwoord arbeidsmarktgedrag

De code moet leiden tot verbetering van de arbeidsverhoudingen en betere relaties tussen opdrachtgevers, leveranciers en werknemers. De code moet voor werkgevers, opdrachtgevers en werknemers bindend en handhaafbaar zijn. Om die reden komt er ook een Codekamer met een onafhankelijke voorzitter.

Uitsluiting loondoorbetalingsverplichting (ULV)

Door de nieuwe afspraken ten aanzien van oproepcontracten is het volgens de SER noodzakelijk dat de ULV in haar huidige vorm komt te vervallen. Zo staat nu nog in artikel 7:628 lid 5 BW dat voor de eerste zes maanden van de arbeidsovereenkomst kan worden afgeweken van de loondoorbetalingsverplichting. Bij de aanbeveling tot afschaffing van de ULV maakt de SER wel een uitzondering voor scholieren en studenten en uitzendkrachten (fase A).

Maatregelen om het aangaan van duurzame arbeidsrelaties te stimuleren

In aanvulling op het reguleren van flexibele arbeidsrelaties, doet de SER ook voorstellen om arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd aantrekkelijker te maken.

Om meer wendbaarheid te creëren, moeten ondernemingen eenzijdig de arbeidsduur (tijdelijk) voor alle werknemers met maximaal 20 procent kunnen verlagen. De werkgever mag hiertoe eenzijdig besluiten bij bedrijfseconomische situaties die anders tot ontslag zouden hebben geleid. Daarnaast kunnen werkgever en werknemer met wederzijds goedvinden bij dreigend ontslag kiezen voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst met inbegrip van een van-werk-naar-werk-route. Indien de werknemer van een flexibel naar onbepaalde tijd contract gaat, zijn er ook voordelen voor de werkgever. De transitievergoeding kan dan achterwege blijven en de werkgever krijgt een flex-opslag op de WW-premie met terugwerkende kracht gerestitueerd.

Voorts wil de SER de verschillende vormen van verlof met een maatschappelijk karakter (zoals geboorte- en vaderschapsverlof etc.) stroomlijnen in een nieuwe regeling Maatschappelijk Verlof. De huidige verlofregelingen nodigen werkgevers niet uit tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst. Deze nieuwe regeling zorgt voor een meer evenwichtige inkomenscompensatie van de werknemers.

Bij ziekte en arbeidsongeschiktheid blijft de werkgever de eerste twee jaar verantwoordelijk voor loondoorbetaling en het re-integratieproces. De werkgever kan deze verantwoordelijkheid en verplichtingen volgens het advies van de SER overdragen aan een verzekeringsmaatschappij. De werknemer blijft in dat geval in dienst bij de werkgever, maar de verzekeringsmaatschappij neemt de verantwoordelijkheid voor de loondoorbetaling en de re-integratie.

De SER stelt ook voor om de arbeidsmarkt- en inkomenspositie van arbeidsongeschikten te verbeteren. Hiertoe moeten de aanbevelingen van de Stichting van de Arbeid uit juli 2020 worden uitgevoerd. Verder wordt de ondergrens voor arbeidsongeschikte werknemers verlaagd naar 15 procent. Dergelijke werknemers kunnen in de huidige situatie tussen wal en schip vallen, omdat zij geen werk én geen uitkering hebben omdat zij minder dan 35 procent inkomen verliezen.

Het verrichten van zelfstandige arbeid

De SER doet ook aanbevelingen aangaande zelfstandige arbeid. Het gebruik van schijnconstructies moet worden tegengegaan en de positie van echte zelfstandigen moet worden verbeterd.

De zelfstandigenaftrek – waarmee ondernemers hun belastbaar inkomen kunnen verlagen – moet worden afgebouwd. In de plaats daarvan komen andere fiscale faciliteiten voor ondernemers die daadwerkelijk risico lopen met eigen vermogen. Zelfstandigen worden verplicht zich te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Er dient een sociaal vangnet te komen voor zelfstandigen voor bijzondere en onvoorziene omstandigheden. Hieraan dienen zelfstandigen zelf bij te dragen.

Er komt een onderzoek naar de mogelijkheid van collectief onderhandelen voor zelfstandigen binnen de grenzen van het Europese recht. Dit zorgt ervoor dat ook zij kunnen rekenen op een eerlijk en toereikend tarief. Om schijnzelfstandigheid tegen te gaan, komt er een rechtsvermoeden van werknemerschap bij een tarief onder het maximumdagloon (30 á 35 euro per uur). Het is dan aan de opdrachtgever om voor de rechter te bewijzen dat dit niet het geval is.

Een proactieve arbeidsmarktinfrastructuur

Naast het aanpakken van acute problemen wil de SER bouwen aan een nieuwe infrastructuur voor ‘Van Werk Naar Werk’ (VWNW) en ‘Leven Lang Ontwikkelen’ (LLO). Dergelijke ‘leven lang ontwikkel-’ en ‘van werk naar werk’-trajecten moeten helpen om werkloosheid te voorkomen.

  • De infrastructuur voor LLO begint vanaf de kinderopvang tot het einde van de loopbaan, waarbij mensen worden gestimuleerd om met hun ontwikkeling bezig te zijn (zoals ontwikkelingen in de benodigde skills in kaart brengen, scholingsplatformen en persoonlijke competentiepaspoorten en een ‘loopbaan-apk’).
  • Met betrekking tot van-werk-naar-werk trajecten gaan werkgevers zich verbinden en werkgeversnetwerken opzetten. Ook sociale partners krijgen hierbij een rol.

Arbeidsmarktdienstverlening aan specifieke groepen

De SER vindt dat er een verbetering van financiële middelen voor gemeenten en het UWV moet komen. Daarnaast moet de dienstverlening voor werkzoekenden beter.

  • De SER stelt zogenaamde ‘servicepunten’ voor, waar werknemers, werkzoekenden en zelfstandigen ondersteuning kunnen vragen als zij van baan willen of moeten veranderen.

Inkomensverdeling

De gemiddelde druk op besteedbare inkomens nemen toe. De SER pleit daarom voor een herziening van het inkomensbeleid, zodat inkomen toereikend is en werken wordt beloond. Daarnaast stelt de SER de invoering van een minimumloon per gewerkt uur voor en verhoging van het minimumloon met behoud van de koppeling.

Gelijke kansen voor iedereen

De SER staat ook stil bij de toenemende ongelijkheid in de samenleving. Hiervoor is het belangrijk om gelijke kansen te realiseren. Verder vraagt de SER aandacht voor de aanpak van laaggeletterdheid, hetgeen structurele inspanningen en meer overheidsinvesteringen nodig heeft.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *